Promotieonderzoek naar leefklimaat
Leefklimaat als actief therapeutisch ingrediënt in de forensische zorg voor mensen met LVB
In beveiligde woon- en behandelsettings voor volwassenen met een lichte verstandelijke beperking (LVB) spelen veiligheid en behandeling voortdurend samen. In zulke tertiaire behandelsettings is niet alleen wat er behandeld wordt van belang, maar ook hoe en in welke context de behandeling plaatsvindt. Een sleutelbegrip daarbij is het leefklimaat. Daarmee wordt de door cliënten ervaren kwaliteit van de sociale en fysieke omgeving op de leefgroep bedoeld.
Abdullah Turhan, onderzoeker van het Kenniscentrum van Trajectum, deed promotieonderzoek bij de Radboud Universiteit naar leefklimaat in beveiligde woonvoorzieningen. Hij deed dit onder begeleiding van prof. dr. Robert Didden en prof. dr. Peer van der Helm als promotoren, en copromotoren dr. Monique Delforterie en dr. Elien Neimeijer. Het onderzoek is tot stand gekomen in nauwe samenwerking tussen het Kenniscentrum, de zorgpraktijk en vele collega’s, cliënten en partners buiten Trajectum.
Het onderzoek van Abdullah laat zien dat leefklimaat geen achtergronddecor is, maar een actieve factor in het behandelproces. Een ondersteunend en responsief leefklimaat kan behandeling versterken en het dagelijks functioneren ondersteunen. Een negatief of sterk controlerend klimaat kan risico’s juist vergroten.
Wat betekent LVB in de praktijk?
Een LVB betekent dat iemand beperkingen ervaart in intellectueel functioneren en in het dagelijks zelfstandig functioneren. Dat kan zich uiten in moeite met leren, plannen, problemen oplossen en omgaan met sociale situaties. Het gaat hier om een heterogene doelgroep met verschillen in vaardigheden, comorbiditeit en omgevingssteun, waardoor wat werkt sterk contextafhankelijk is. In Nederland worden mensen met LVB en zwakbegaafdheid vaak samen aangeduid met de term LVB omdat hun ondersteuningsbehoeften deels overlappen.
Binnen de forensische zorg gaat het bovendien regelmatig om cliënten met bijkomende ernstige gedrags- en psychiatrische problematiek. Behandeling richt zich daarom vaak op dynamische risicofactoren. Dat zijn veranderbare factoren die samenhangen met risicovol of probleemgedrag, zoals vijandigheid, gebrekkige copingvaardigheden en een negatieve houding ten opzichte van behandeling. Naast risicoreductie is er ook aandacht voor welzijn, ontwikkeling en perspectief, bijvoorbeeld via therapie, begeleiding en daginvulling.
Waarom het leefklimaat zo belangrijk is
Mensen met LVB zijn vaak extra gevoelig voor hun omgeving. Vaardigheden die in therapie worden geleerd, zijn niet altijd vanzelfsprekend toepasbaar in het dagelijks leven op de groep. Dat maakt de behandelcontext cruciaal. Voorspelbaarheid, duidelijke grenzen, respectvolle bejegening en vertrouwen kunnen het verschil maken tussen escalatie en herstel.
Leefklimaat is daarbij een meerlagig fenomeen. Het ontstaat in de dagelijkse interacties tussen cliënten en medewerkers, maar wordt ook beïnvloed door teamdynamiek, routines, samenwerking tussen afdelingen en organisatorische randvoorwaarden. Vanuit een ecologische benadering beïnvloeden processen op individueel, relationeel en organisatorisch niveau elkaar continu.
In zijn promotieonderzoek bouwde Abdullah voort op het werk van dr. Neimeijer over leefklimaat bij mensen met een LVB. Haar onderzoek was een belangrijke basis, juist omdat deze doelgroep lang onderbelicht was. Abdullah en zijn team gingen uit van wat al bekend was en keken vervolgens naar welke hiaten er nog waren.
Eén voorbeeld is dat het onderzoek van dr. Neimeijer vooral keek naar de relatie tussen leefklimaat en agressie, terwijl dynamische risicofactoren vaak al veranderen voordat incidenten plaatsvinden. Over die processen wisten Abdullah en zijn team nog weinig.
Het onderzoek van Abdullah pakt precies de hiaten op die in eerder werk nog openstonden. Vanuit dit uitgangspunt voerden Abdullah en zijn team vier deelstudies uit, gericht op de relatie tussen leefklimaat en risicofactoren, de betrouwbaarheid van instrumenten en de ervaringen van cliënten met dagbesteding. Samen geven deze studies meer inzicht in deze eerder gesignaleerde hiaten.
Vier deelstudies: van risicofactoren tot dagbesteding
Abdullah voerde binnen Trajectum vier deelstudies uit, waarin leefklimaat vanuit verschillende invalshoeken is onderzocht.
- Leefklimaat en dynamische risicofactoren
In de eerste studie bleek dat hogere niveaus van vijandigheid en minder gunstige behandelattitudes (ingeschat door behandelaren) samenhingen met een door cliënten negatiever ervaren leefklimaat. Dit wijst niet op een oorzaak-gevolgrelatie, maar ondersteunt het idee van een wederkerige relatie, namelijk dat cliëntkenmerken en leefomgeving elkaar kunnen beïnvloeden. Een ondersteunend klimaat kan gedragsrisico's mogelijk helpen dempen, en een klimaat dat vooral inzet op controle en wantrouwen kan risico's juist voeden: Lees het artikel door hier te klikken.
- Betrouwbaar vergelijken tussen cliënten met en zonder LVB
Omdat cliënten met LVB ook vaak samen verblijven met cliënten zonder LVB in beveiligde settings, is het belangrijk dat meetinstrumenten voor leefklimaat voor beide groepen op dezelfde manier werken. De tweede studie liet zien dat de Group Climate Inventory (GCI), een vragenlijst om leefklimaatwaarnemingen te meten, meet op een vergelijkbare manier bij cliënten met en zonder LVB. Daardoor kunnen verschillen in klimaatbeleving betekenisvol worden geïnterpreteerd. Lees het artikel door hier te klikken.
- De vernieuwde vragenlijst (GCI-R)
In de derde studie onderzochten Abdullah en zijn team de meeteigenschappen van de GCI-R, de herziene versie van de GCI. Er zijn aanwijzingen gevonden dat de GCI-R betrouwbaar gebruikt kan worden bij volwassenen met LVB in beveiligde woonsettings. Lees het artikel door hier te klikken.
- Dagbesteding als onderdeel van leefklimaat
De vierde studie richtte zich op deelname aan en betrokkenheid bij dagbesteding (arbeidstherapie). Cliënten en begeleiders benoemden factoren die deelname bevorderen, zoals een duidelijke dagstructuur, positieve contacten en activiteiten die als zinvol worden ervaren en bijdragen aan herstel en ontwikkeling. Belemmeringen waren onder meer conflicten op de groep, storend gedrag, te weinig variatie en activiteiten die als zinloos worden ervaren. Daarnaast kwam een terugkerend aandachtspunt naar voren in de samenwerking tussen woon- en werkbegeleiding, wat kan maken dat cliënten niet altijd de ondersteuning krijgen die nodig is om goed te kunnen deelnemen. Lees het artikel door hier te klikken.
Wat betekent dit voor de praktijk bij Trajectum?
De kernboodschap is dat behandeling het meest kansrijk is wanneer individuele interventies worden ingebed in een positief, voorspelbaar en responsief leefklimaat. Werken aan risicofactoren zoals vijandigheid of behandelattitude vraagt vaak om interventies die zijn aangepast aan het niveau en de leerstijl van cliënten. Maar de effectiviteit daarvan hangt mede af van de dagelijkse context. Cliënten moeten zich veilig genoeg voelen om nieuwe vaardigheden uit te proberen, grenzen moeten duidelijk maar niet repressief zijn, en teams moeten consistent handelen.
Daarnaast laat het onderzoek zien dat leefklimaat bij volwassenen met een LVB betrouwbaar gemeten kan worden met de GCI en GCI-R. Metingen zijn daarbij geen doel op zich. Juist doordat cliënten binnen dezelfde leefgroep vaak gedeelde ervaringen rapporteren, kunnen groepsscores een bruikbaar uitgangspunt zijn voor teamreflectie en gerichte verbeteracties. Denk aan het cyclisch bespreken van klimaatscores in teamoverleggen, in gesprek met cliënten, en het koppelen van uitkomsten aan concrete verbeterpunten in routines, samenwerking en bejegening.
Met dit promotieonderzoek onderstreept Trajectum dat de organisatie ook investeert in onderzoek dat direct bijdraagt aan kennisontwikkeling en praktijkverbetering. Het biedt daarmee aanknopingspunten om leefklimaat explicieter en systematischer te benaderen als onderdeel van behandeling, namelijk als een therapeutisch ingrediënt dat dagelijks op de werkvloer vorm krijgt.
